Participatie wordt vaak geassocieerd met weerstand. Maar wat is weerstand eigenlijk? En hoe ga je hiermee om? Daarover lees je hieronder meer.
Weerstand is een begrip waarvoor geen algemeen geaccepteerde definitie lijkt te bestaan. Het combineren van de verschillende definities binnen de wetenschappelijke literatuur resulteert in de volgende werkdefinitie van weerstand in relatie tot participatie:
“Weerstanden zijn een verschil van inzicht of visie tussen de overheid en andere actoren in de samenleving (burgers, bedrijven). Ze komen tot uiting wanneer die actoren zich individueel of collectief door attitude en/of gedrag keren tegen een, vaak door de overheid geïnitieerde, systeemtransitie of lokaal project en/of tegen de effecten daarvan. De weerstanden ontstaan voorafgaand, tijdens of na afloop van een door de overheid georganiseerd participatieproces dat tot doel heeft om steun te verwerven voor die systeemtransitie of voor het lokale project.”
Een veelgebruikt begrip als het gaat om weerstand is nimby-gedrag, oftewel: ‘not in my backyard’. Dit begrip wordt gebruikt om aan te duiden dat veel mensen wel gebruik willen maken van voorzieningen, maar daar geen hinder van willen ondervinden.
Er zijn verschillende vormen:
Betrokkenen kunnen meerdere van deze vormen van weerstand tegelijkertijd hebben. Nimby-gedrag komt relatief weinig voor.
Weerstand is een vorm van betrokkenheid en motivatie. Bij weerstand gaat het om mensen en organisaties die betrokken zijn, zich zorgen maken en daarbij opkomen voor hun belangen.
Weerstand betekent dat er iets wordt geraakt dat van belang is. Probeer daarbij aan te sluiten om zo verbinding te maken met wat de betrokkene(n) beweegt. Ga niet in tegen de weerstand. Sleutelwoorden zijn: herkennen en erkennen. Weerstand is het omgekeerde van motivatie. Je vermindert de kans op weerstand door betrouwbaar en duidelijk te zijn, door goed te luisteren en door mensen zich gehoord te laten voelen. Mensen staan niet graag onder druk en willen ruimte om zelf keuzes te maken op basis van eigen voorkeuren, op een voor hen geschikt moment. Een afspraak waarop iemand invloed kan uitoefenen, leidt tot meer commitment dan een opgelegde opdracht. Een rommelig onduidelijk participatieproces met gebrek aan ruimte wekt snel weerstand op. Er bestaan verschillende aandachtspunten en tips bij weerstand en participatie. Hieronder lees je daarover meer.
Door zo vroeg mogelijk in een project tijd te maken voor participatie - met ruimte voor inbreng van de participanten - verklein je de kans op weerstand op een later moment. Als mensen pas laat in een traject kunnen instappen, voelen zij zich eerder overrompeld en is de kans op verzet groter. Betrek betrokkenen vroegtijdig, zodat ze niet worden overrompeld door een plan dat er al ligt en waarop ze geen invloed meer hebben.
Meestal is het niet mogelijk om aan alle wensen en behoeften van participanten gehoor te geven. Participatie kan dan ook niet altijd alle weerstanden wegnemen. Daarom is het belangrijk om van tevoren duidelijk te communiceren waar participanten over kunnen meebeslissen en wat er met de uitkomsten van participatie gedaan wordt. Bekijk voor meer informatie de pagina over het wegen en terugkoppelen van opbrengsten.
Je vermindert de kans op weerstand door betrouwbaar en duidelijk te zijn, door goed te luisteren en door mensen zich gehoord te laten voelen. Let daarom op procedurele rechtvaardigheid: zorg ervoor dat het proces van besluitvorming of procedure als eerlijk wordt ervaren. Als mensen het gevoel hebben dat ze eerlijk behandeld zijn, dat ze de kans hebben om hun mening te uiten en dat de procedure eerlijk en consistent is toegepast, verkleint dat de kans op weerstand tegen de uitkomst - zelfs als zij het daar niet mee eens zijn.
Weerstand geeft aan dat er iets belangrijks wordt geraakt. Het is belangrijk om niet defensief te worden en pijnpunten niet te gaan ontkennen of negeren. Weerstand gaat vaak over onmacht, emoties en boosheid. Probeer daarbij aan te sluiten. Niet om je erdoor te laten leiden, maar om verbinding te maken met wat de mensen beweegt. Het helpt om jezelf de vraag te stellen hoe je er zelf inzit en vanuit welke intentie je werkt. Benoem bijvoorbeeld ook wat jij lastig vindt en waarmee je worstelt, in plaats van je te verliezen in vaktaal en (technische) feiten en details. Ook helpt het vaak om contact te maken over het probleem, in plaats te communiceren over oplossingen.
Participeren vereist ook voor deelnemers tijd, kennis, interesse en soms geld. Niet iedereen beschikt daarover, waardoor tijdens participatiebijeenkomsten vaak dezelfde groep mensen deelneemt. En dan kan er bij mensen die niet (kunnen) participeren weerstand ontstaan. Om dat te voorkomen is het belangrijk om na te denken over wie er wel of niet vertegenwoordigd worden binnen het participatieproces en wat hun belangen zijn. Het betrekken van een diverse groep mensen is belangrijker dan het betrekken van veel mensen. Hierbij is het belangrijk om ook het stille midden te betrekken. Ga hiervoor op zoek naar de juiste taal en communicatie om verschillende mensen te kunnen bereiken. Bekijk voor meer tips de pagina over inclusiviteit, representativiteit en toegankelijkheid.
Weerstand wordt vaak afgezet tegen draagvlak. Het traditionele beeld van draagvlak is dat je een stabiel fundament onder beleid kunt leggen waardoor dat beleid probleemloos kan worden uitgevoerd. Procedures om draagvlak te scheppen benadrukken dan ook consensus en harmonie, terwijl conflict wordt gezien als iets om te vermijden. Dat leidt ertoe dat verzet tegen beleid, weerstand, niet benaderd wordt als een kans om de betrokkenheid van mensen te benutten, maar eerder als een horde die genomen moet worden. Het geeft een motivatie die soms ook creativiteit kan losmaken. Soms is weerstand een teken van een goede (beleids)discussie.
Dilemmalogica helpt om bij lastige opgaven contact te maken over wat partijen uiteendrijft én verbindt.
In haar essay en podcast Verder door verzet vertelt Eva Wolf hoe weerstand een teken is van een gezonde beleidsdiscussie.
Het rapport Moet dat nou zo?! bevat interviews, voorbeelden en methoden om beter te communiceren ‘in tijden van onbehagen’.
Het onderzoek Weerstand tegen transities en de rol van participatie van SPA Sustainability in opdracht van het Kennisknooppunt Participatie gaat verder in op wetenschappelijke literatuur over weerstand en participatie en behoeften voor vervolgonderzoek.
Het artikel Niet Elke Nee Is NIMBY van Populytics biedt informatie over de vier typen weerstand bij duurzame technologie, zoals windmolens of een zonnepark.
Het artikel Participatie en weerstand: hoe ga je ermee om? van ParticipatieCursus biedt aanvullende informatie over hoe je weerstand bij participatie inzichtelijk krijgt en hier vervolgens mee om kunt gaan.
De informatie op deze pagina is gebaseerd op de onderstaande bronnen:
Fokkema, S. (2023). Participatie en weerstand: hoe ga je ermee om? Geraadpleegd op 27 oktober 2025.
Populytics. (z.d.). Niet Elke Nee Is NIMBY. Geraadpleegd op 27 oktober 2025.
Slingerland, S., & Köse, M. (2022). Weerstand tegen transities en de rol van participatie - een verkennend onderzoek.
Visser, V., Van Popering-Verkerk, J., & Van Buuren, A. (2019). Onderbouwd ontwerpen aan participatieprocessen: Kennisbasis participatie in de fysieke leefomgeving.
Meld niet werkende link
Vragen? Neem contact met ons op
Je zoekopdracht leverde helaas geen resultaat op. Controleer de spelling of probeer het opnieuw met een andere term.
Deze website maakt gebruik van cookies. Lees meer over cookies in onze cookieverklaring.
Deze cookies verzamelen nooit persoonsgegevens en zijn noodzakelijk voor het functioneren van de website.
Deze cookies verzamelen gegevens zodat we inzicht krijgen in het gebruik en deze website verder kunnen verbeteren.
Deze cookies zijn van aanbieders van externe content op deze website. Denk aan film, marketing- en/of tracking cookies.