Participatie is een breed begrip dat vaak op verschillende manieren wordt ingevuld. Dat kan leiden tot spraakverwarring en misverstanden. Daarom is een heldere definitie belangrijk, zodat het duidelijk is wat er met het begrip bedoeld wordt.
Het Kennisknooppunt Participatie definieert participatie als volgt:
“Participatie is een proces waarbij individuen, groepen en organisaties invloed uitoefenen op en controle delen over collectieve vraagstukken, beslissingen of diensten die hen aangaan.”
Deze definitie komt van de kennisbasis participatie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. De definitie bevat twee belangrijke elementen:
Er is pas sprake van participatie wanneer participanten invloed en/of controle hebben. Zij moeten bijvoorbeeld kunnen meedenken, mee bepalen of zichzelf kunnen organiseren. Dit betekent dat vormen als informeren, marketing en nudging níet als participatie worden beschouwd (ook wel: non-participatie).
Daarnaast moet sprake zijn van een collectief vraagstuk, zoals de herinrichting van een wijk of het opstellen van een omgevingsvisie. Als het gaat om een vraagstuk rondom een individueel belang, zoals een dakkapel op een woning, gaat het dus niet over participatie.
Doordat er verschillende vormen en definities van participatie zijn, is het ingewikkeld om tot een eenduidige definitie van participatie te komen. Dit geldt ook binnen de wetenschappelijke literatuur. Daarom heeft de Erasmus Universiteit Rotterdam een definitie van participatie opgesteld die is gebaseerd op de sterke punten van twee bestaande definities.
De eerste definitie is van de Wereldbank: “Participatie is een proces waarin belanghebbenden invloed uitoefenen en controle delen over ontwikkelingsinitiatieven en de beslissingen en hulpbronnen die hen treffen.” De sterke kant van deze definitie is dat deze omvattend is voor verschillende vormen van participatie. Het nadeel van deze definitie is de focus op ontwikkelingsinitiatieven.
De tweede definitie komt uit onderzoek van Reed uit 2008: “Participatie is een proces waarbij individuen, groepen en organisaties ervoor kiezen om een actieve rol te nemen in beslissingen die invloed op hen hebben.” Het voordeel van deze definitie is dat er sprake is van specifieke actoren en een breed bereik. Nadeel van deze definitie is dat deze specifiek gericht is op besluitvorming en dat de benaming ‘actieve rol’ te breed is.
Door de sterke kanten van deze twee genoemde definities te combineren, is de huidige definitie tot stand gekomen.
Burgerparticipatie en overheidsparticipatie zijn veelvoorkomende begrippen als het gaat om participatie. Hier lees je wat het verschil is tussen beiden. Ook lees je meer over twee vormen van burgerparticipatie: zelfredzame en beleidsbeïnvloedende burgerparticipatie.
Burgerparticipatie is het betrekken van bewoners bij overheidsbeleid. Bijvoorbeeld door burgers uit te nodigen om mee te denken over plannen of ideeën van de overheid. Overheidsparticipatie is het tegenovergestelde. Bij overheidsparticipatie nemen burgers het initiatief en biedt de overheid hier - waar nodig - ondersteuning bij. De kern van overheidsparticipatie is dat burgers zelf met ideeën komen en deze ook zo veel mogelijk zelf uitvoeren.
Het grootste verschil tussen burgerparticipatie en overheidsparticipatie is dus de initiatiefnemer. In het geval van burgerparticipatie is dit de overheid, waarbij de burger participeert in de plannen van de overheid. Bij overheidsparticipatie is dit precies andersom.
Er zijn verschillende vormen van burgerparticipatie. Zo kun je onderscheid maken tussen zelfredzame en beleidsbeïnvloedende burgerparticipatie. Zelfredzame participatie wil zeggen dat bewoners zelf aan de slag gaan. Denk bijvoorbeeld aan het schoonhouden van buurten. Beleidsbeïnvloedende participatie betekent dat bewoners invloed uitoefenen op beleid. Dit kan bijvoorbeeld door te stemmen, lobbyen of via inspraak en medezeggenschap.
De Canon van Participatie beschrijft Zelfsturing Peel & Maas als voorbeeld van zelfredzame participatie.
In het document ‘Kennisbasis participatie in de fysieke leefomgeving’ van de Erasmus Universiteit Rotterdam vind je meer informatie over de definitie van participatie, evenals aanvullende informatie over andere aspecten rondom participatie.
In het artikel 'Overheidsparticipatie gaat nu eenmaal niet vanzelf' lees je meer over de verschillen tussen burgerparticipatie en overheidsparticipatie.
In het onderzoek 'Burgermacht op eigen kracht? Een brede verkenning van ontwikkelingen in burgerparticipatie' van het Sociaal en Cultureel Planbureau lees je meer over zelfredzame participatie en beleidsbeïnvloedende participatie.
Het document ‘Participeren in de participatiesamenleving’ van Sociale Alliantie biedt aanvullende informatie over de definitie van participatie en het verschil tussen zelfredzame en beleidsbeïnvloedende participatie.
De informatie op deze pagina is gebaseerd op de onderstaande bronnen:
Movisie. (2021). Overheidsparticipatie gaat nu eenmaal niet vanzelf. Geraadpleegd op 29 oktober 2025.
Sociaal en Cultureel Planbureau. (2014). Burgermacht op eigen kracht? Een brede verkenning van ontwikkelingen in burgerparticipatie.
Sociale Alliantie. (z.d.). Participeren in de participatiesamenleving. Geraadpleegd op 29 oktober 2025.
Visser, V., Van Popering-Verkerk, J., & Van Buuren, A. (2019). Onderbouwd ontwerpen aan participatieprocessen: Kennisbasis participatie in de fysieke leefomgeving.
Meld niet werkende link
Vragen? Neem contact met ons op
Je zoekopdracht leverde helaas geen resultaat op. Controleer de spelling of probeer het opnieuw met een andere term.
Deze website maakt gebruik van cookies. Lees meer over cookies in onze cookieverklaring.
Deze cookies verzamelen nooit persoonsgegevens en zijn noodzakelijk voor het functioneren van de website.
Deze cookies verzamelen gegevens zodat we inzicht krijgen in het gebruik en deze website verder kunnen verbeteren.
Deze cookies zijn van aanbieders van externe content op deze website. Denk aan film, marketing- en/of tracking cookies.