Aandacht voor de vormgeving van ontmoetingen, een interview met Irene Bronsvoort

21-12-2020
78 keer bekeken

Op deze pagina vindt u de laatste ontwikkelingen en nieuwsberichten van het kennisknooppunt Participatie.

Op de hoogte blijven? Meldt u aan voor onze nieuwsflits:

Blijf op de hoogte  

Interview in het kader van het onderzoek inclusiviteit en diversiteit in participatieprocessen.

Irene Bronsvoort[1] is onderzoeker bij de Urban Futures Studio aan de Universiteit Utrecht. De Urban Futures Studio[2] is een transdisciplinair onderzoeksinstituut dat wetenschap, beleidspraktijk en kunst combineert om aansprekende duurzame toekomsten te verkennen en de manieren om daar te komen. Irene doet o.a. onderzoek naar burgerbetrokkenheid en inclusiviteit in de energietransitie op wijkniveau. Onlangs publiceerde zij gezamenlijk met collega’s het essay ‘Wat, Hoe en Wie? Vormgeven aan inclusieve ontmoetingen in de energietransitie’.[3]

Inclusiviteit binnen participatieprocessen is een thema binnen uw onderzoek. Wat verstaat u onder inclusiviteit?
Voor mijn opvatting van inclusiviteit ben ik geïnspireerd door het werk van Iris Marion Young.[4] Haar werk geeft een aantal heldere aanknopingspunten, met een focus op het proces. Zij beschrijft o.a. onder welke voorwaarden mensen worden gehoord en zich kunnen laten horen. Wanneer overheden en burgers elkaar ontmoeten in participatieprocessen zitten daar allerlei assumpties achter. Beleidsprofessionals hebben een bepaald beeld van hoe het proces moet verlopen, wat de gewenste uitkomsten zijn en ook over waartoe burgers in staat zijn. Daardoor worden bepaalde monden gesnoerd in participatieprocessen. Inclusiviteit gaat voor mij verder dan representativiteit van participanten op basis van bepaalde achtergrondkenmerken. Het gaat ook over het creëren van interacties die erkennen en recht doen aan een diversiteit van levensstijlen en perspectieven. 

Waarom is een inclusief proces zo belangrijk? 
Dat heeft te maken met een veranderende samenleving en de veranderende rol van overheden. De Nederlandse samenleving wordt bijvoorbeeld qua achtergronden, levensstijlen en perspectieven steeds meer divers. Daarom is het belangrijk dat we instrumenten ontwikkelen die verschillende perspectieven zo goed mogelijk mee kunnen nemen. Het is naïef om maatschappelijke vraagstukken enkel met een kleine groep participanten op te pakken. We hebben iedereen nodig bij grote hedendaagse opgaven, vooral omdat ze iedereen aangaan.

En hoe zit dat met die veranderende rol van overheden?
We zien dat overheden steeds meer mogelijkheden tot participatie bieden en dat biedt kansen voor de democratie. Tegelijkertijd ontstaat daarmee het risico dat enkel een beperkte groep burgers invloed weet uit te oefenen via participatie. Besluiten doen dan geen recht aan verschillende levensstijlen en perspectieven die we in de samenleving vinden.

“We spreken van de ‘participatieparadox’: hoewel er meer mogelijkheden en vormen van participatie komen […] zien we dat telkens een bepaalde groep sterk vertegenwoordigd is”

In dat kader spreken we van de ‘participatieparadox’: hoewel er meer mogelijkheden en vormen van participatie komen, denk aan experimenten met burgerraden, digitale tools et cetera, zien we dat telkens een bepaalde groep sterk vertegenwoordigd is. Vrouwen, lager opgeleiden en mensen met een migratie-achtergrond zijn bijvoorbeeld beduidend minder vertegenwoordigd. Dus een groter aanbod om te participeren leidt niet tot het bereiken van een bredere groep mensen. 

Behalve het woord ‘participatieparadox’ komt het woord participatie weinig voor in uw werk. Waarom is dat? 
In plaats van participatie spreek ik liever over burgerbetrokkenheid, om recht te doen aan de vele vormen waarop burgers zich betrokken tonen, zowel formeel als informeel. 

“Inclusieve ontmoetingen ontstaan door aan te sluiten bij de leefwereld van burgers, bij bestaande netwerken”

Inclusieve ontmoetingen tussen burgers en bestuurders ontstaan door aan te sluiten bij de leefwereld van burgers, bij bestaande netwerken. Vaak wordt er al van alles georganiseerd op wijk- of buurtniveau. Het is zaak dat overheden daarbij aansluiten en bestaande netwerken en sleutelfiguren weten te benutten.
Ik zie daarin wel een positieve ontwikkeling. Bijvoorbeeld in de stad Rotterdam. In het essay noemen we het project ‘Fietsen op Zuid’, waarbij vrouwen uit Rotterdam-Zuid gratis fietslessen krijgen. Om die vrouwen te bereiken wordt een beroep gedaan op ‘wijkambassadeurs’, bewoners met een groot netwerk in de wijk.[5]
Ook is het belangrijk om bewoners te betrekken vanuit hun belang, zoals economische participatie. De projecten van de Afrikaanderwijk Coöperatie in Rotterdam zijn hier een mooi voorbeeld van. Zij stimuleren betrokkenheid van bewoners bij de wijk door werk- en opleidingsplekken op het gebied van catering, schoonmaak en vervoer te creëren en ondernemerschap te faciliteren. Via dit soort initiatieven, waar bewoners naartoe komen omdat ze op zoek zijn naar een opleiding of baan, raken ze meer betrokken bij de wijk als geheel en zo ook bij andere thema’s die er spelen zoals de energietransitie.

In uw werk gebruikt u een dramaturgische benadering. Hoe kan dat helpen om inclusieve ontmoetingen stimuleren?
Een dramaturgische benadering ziet politieke en participatieprocessen als theaterstukken, als ‘opvoeringen’ met een specifieke setting, staging en scripting.[6]  Die benadering biedt gedetailleerd inzicht in hoe je een bepaald proces vormgeeft en wat de invloed van die vormgeving is. Details zijn belangrijk voor inclusiviteit en de dramaturgische benadering is een manier om in te zoomen op concrete momenten; wat werkt wel of niet en waarom? 
In Overvecht-Noord, een van de proeftuinen van het Programma Aardgasvrije Wijken, zagen we dat de framing voor onrust en onvrede onder bewoners zorgde. Bewoners ontvingen een brief waarin zij feestelijk werden meegedeeld onderdeel te zijn geworden van een proeftuin. Die framing impliceerde dat bewoners blij moesten zijn met deze ‘kans’, terwijl veel bewoners het gevoel hadden iets opgelegd te krijgen zonder dat duidelijk was wat dit precies voor hen betekende.
Het gaat niet alleen om de voorbereiding van participatie of ontmoetingen, maar ook om de performance op het moment zelf. Bijvoorbeeld wat de lichaamshouding van een ambtenaar is, wie het woord voert, hoe stoelen en tafels worden neergezet en of er sprake is van een eenzijdige presentatie of dat alle aanwezigen een microfoon kunnen pakken. Dat soort aspecten zijn allemaal van wezenlijk belang voor de inclusiviteit van ontmoetingen. 

Kunt u een voorbeeld noemen van een werkvorm die inclusiviteit ten goede komt? 
Met de Urban Futures Studio hebben we meegewerkt aan het Veenweide Atelier, om een toekomstvisie voor het verzakkende Friese veenweidegebied te ontwikkelen. Het atelier was een samenwerking tussen landschapsarchitecten, waterschappen, landbouweconomen en klimaatwetenschappers, in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken. 

“Omdat dat anders is dan een ruimte waar mensen in een zaaltje op stoelen zitten, merkten we dat de bijeenkomst interactiever en dynamischer was”

Als afsluiting van het atelier organiseerden we een debat, in een Lagerhuis-opstelling. Stakeholders, waaronder boeren, bestuurders, wetenschappers, landbouw- en milieuorganisaties waren aanwezig. De deelnemers zaten in opgestapelde pallets tegenover elkaar. Daar tussenin was een pad gemaakt waar mensen met elkaar konden spreken. Omdat dat anders is dan een ruimte waar mensen in een zaaltje op stoelen zitten, merkten we dat de bijeenkomst interactiever en dynamischer was. Veel mensen mengden zich in het debat. Er ontstond wat wij noemen een ‘soft space’: een informele politieke ruimte, die buiten de formele besluitvormingsprocessen om gaat.  Het is eigenlijk een vrije ruimte om open te spreken met elkaar, die door een andere setting en vorm van het gesprek een doorbraak kan forceren in het denken en handelen over persistente problemen.

Naast de Lagerhuis-setting, waren er nog meer aspecten die bijdroegen aan het succes van dit debat?
Ja, belangrijk was dat dit debat de afsluitende bijeenkomst was in een periode van acht maanden waarbij deelnemers in excursies en bijeenkomsten ideeën hadden uitgewisseld over de toekomst van het Veenweidegebied. In dit hele traject stond de verbeelding centraal. Verschillende scenario’s en toekomstbeelden van het Veenweidegebied werden ontwikkeld en getoond tijdens de publieke tentoonstelling ‘Places of Hope’, in Leeuwarden. Het verbeelden en voorstelbaar maken van mogelijke toekomsten zorgt vaak voor een nieuw perspectief en kan mensen mobiliseren om in actie te komen. We noemen dit futuring.[7]  

“Het verbeelden en voorstelbaar maken van mogelijke toekomsten zorgt vaak voor een nieuw perspectief e kan mensen mobiliseren om in actie te komen”

Dat verbeelden kan op allerlei manieren gedaan worden. Bijvoorbeeld via visueel aantrekkelijke en interactieve PowerPoints, games of backcasting. Ontwerpers en kunstenaars hebben een belangrijke rol te vervullen in het activeren van de verbeeldingskracht. 

Je sprak over het debat als een soft space dat naast de formele processen georganiseerd is. Hoe verhouden die informele en formele processen zich tot elkaar?
Dat is inderdaad een belangrijk vraag; hoe vinden de uitkomsten van de soft space hun weg naar de ‘harde’ besluitvorming? Bij het Veenweide Atelier waren het ministerie van BZK en de provincie betrokken. Zij deden dit vanuit een faciliterende en luisterende rol. Ze wilden bewust op de achtergrond aanwezig zijn. Maar door die faciliterende betrokkenheid konden we wel de link leggen naar wetgeving en nationaal beleid. Die betrokkenheid van overheden is dus belangrijk. Overheden moeten participatieprocessen niet enkel uitbesteden aan andere partijen.

Tot slot, wat zou er binnen overheden moeten veranderen om die faciliterende rol, waarbij wordt aangesloten bij wat er gebeurt in de samenleving, beter te kunnen vormgeven?
Een belangrijk beginpunt is het verbreden van de agenda. In plaats van bijvoorbeeld het halen van doelen als het afsluiten van een ‘x’ aantal woningen van het aardgas, zouden overheden er goed aan doen om met bewoners een breed gesprek aan te gaan over de toekomst van hun wijk, en de verbinding te leggen met andere opgaven en zaken die spelen op wijkniveau.  
Voor het boek ‘Neighbourhoods for the Future’[8] hebben mijn collega’s zestien wijken in verschillende landen onderzocht die een vernieuwende aanpak van verduurzaming laten zien. De wijken waar het goed lukt zijn de wijken waar ambitieuze, brede doelstellingen zijn geformuleerd. Bijvoorbeeld door de energietransitie aan te grijpen om meer openbaar groen in een wijk aan te leggen, werkgelegenheid te creëren en woningen te renoveren mét terugkeergarantie voor bewoners. Andere succesfactoren blijken het creëren van eigenaarschap bij bewoners, bijvoorbeeld via energiecoöperaties. Ook uit mijn onderzoek blijkt het belang van publieke plekken in de wijk waar bewoners en (beleids)professionals elkaar kunnen ontmoeten. Dat maakt het mogelijk om daadwerkelijk vorm te geven aan inclusieve ontmoetingen.   

Over dit artikel
In participatieprocessen over publieke vraagstukken wordt veel gesproken over inclusiviteit. Echter is rondom de specifieke betekenis en invulling daarvan nog veel onduidelijk. Daarom heeft het Kennisknooppunt Participatie aan GovernEUR|Erasmus Universiteit Rotterdam gevraagd om verdiepend onderzoek te doen rondom het thema inclusiviteit in participatieprocessen in de fysieke leefomgeving. Middels interviews met experts uit de wetenschap en praktijk, wordt vanuit verschillende perspectieven ingegaan op de vragen: Wat is inclusiviteit? Waarom is het van waarde om te streven naar inclusiviteit? Hoe kun je participatieprocessen meer inclusief maken?

Wekelijks publiceren we op deze website een interview met een expert. Klik hier voor de eerdere interviews. De inzichten uit de interviews worden samengebracht en gepresenteerd in een snelstudie en tijdens een speciale uitzending van Studio P op 20 januari. Houd hiervoor onze website in de gaten.

 

[1] https://www.uu.nl/staff/IBronsvoort

[2] https://www.uu.nl/en/research/urban-futures-studio

[3] Bronsvoort, I., Hoffman, J. & M. Hajer (2020) Wat, Hoe en Wie? Vormgeven aan inclusieve ontmoetingen in de energietransitie. Utrecht: Urban Futures Studio.

[4] Young, I.M. (2002) Inclusion and Democracy. Oxford: Oxford University Press.

[6] Zie ook: Hajer, M. (2005). Setting the stage: A Dramaturgy of Policy Deliberation, Administration & Society, 36(6), 624-647

[8] Hajer, M. et al. (2020) Neighborhoods for the Future. Amsterdam: Valiz

Afbeeldingen

Twitter

Cookie-instellingen